📌 Samengevat

In 2026 bestaat er geen enkele directe premie meer voor residentiële zonnepanelen in Wallonië en Vlaanderen. Brussel is het enige gewest dat nog groenestroomcertificaten toekent aan nieuwe installaties. De rendabiliteit steunt dus niet langer op subsidie maar op één variabele: zelfverbruik. Wat je zelf verbruikt is de volle elektriciteitsprijs waard; wat je injecteert brengt bijna niets meer op.

Het einde van een tijdperk: geen premie, geen terugdraaiende teller

De Belgische fotovoltaïek leefde vijftien jaar aan het overheidsinfuus. Die periode is voorbij, en dat zeg je beter duidelijk dan mensen te laten geloven in steun die niet meer bestaat.

In Wallonië is alles stapsgewijs afgebouwd: eerst de Qualiwatt-premie, dan de groenestroomcertificaten voor nieuwe residentiële installaties, en ten slotte de compensatie van het prosumententarief en de premie voor de dubbelfluxmeter — die laatste twee eind 2023. Installaties in dienst genomen vóór 31 december 2023 behouden hun verworven rechten; nieuwe krijgen niets meer.

In Vlaanderen is de terugdraaiende teller definitief verdwenen met de uitrol van de digitale meter. Geïnjecteerde elektriciteit wordt aangekocht tegen marktprijs, ver onder de aankoopprijs, en het capaciteitstarief factureert daarbovenop de afnamepieken.

Enkel Brussel houdt een steunmechanisme in stand: de groenestroomcertificaten worden nog toegekend aan nieuwe installaties, met een marktwaarde rond 90 € per certificaat in 2026. Vandaag is dat het gunstigste regime van het land voor nieuwe residentiële installaties.

Het prosumententarief, de regel die niemand leest

In Wallonië betaalt elke eigenaar van zonnepanelen een jaarlijkse vergoeding voor netgebruik: het prosumententarief. Het wordt berekend per elektrische kilowatt omvormervermogen, niet op wat je produceert.

⚠️ Een vaste kost, geen variabele. Bij de grootste Waalse netbeheerder ligt het prosumententarief rond 87 € per kWe per jaar in 2026 — dus in de orde van 435 € per jaar voor een installatie van 5 kWe. Dat bedrag verschilt van netbeheerder tot netbeheerder en wordt periodiek herzien: controleer het tarief bij jouw netbeheerder vóór je de installatie dimensioneert. Praktisch gevolg: overdimensioneren "voor de zekerheid" kost elk jaar geld zonder iets op te brengen.

Zelfverbruik, de enige variabele die nog telt

De redenering is eenvoudig geworden. Een kWh die je verbruikt op het moment dat je panelen hem produceren, bespaart je de aankoop van een kWh tegen volle prijs, taksen en netkosten inbegrepen. Een kWh die je injecteert, levert je de groothandelsprijs op, een veelvoud lager. De hele rendabiliteit zit in dat verschil.

Vandaar vier concrete hefbomen:

  • Grote verbruikers overdag laten draaien — wasmachine, vaatwasser en droogkast geprogrammeerd tussen 11 en 16 uur.
  • Water opwarmen op zonne-energie — een warmtepompboiler die op het overschot stuurt, is de beste beschikbare "opslag": hij zet het teveel om in warm water in plaats van het weg te geven.
  • De wagen thuis laden — een laadpaal die op het zonneoverschot stuurt, is de rendabelste aanvulling op een installatie.
  • Juist dimensioneren — mik op je werkelijke verbruik in plaats van op je beschikbare dakoppervlakte. In Wallonië bestraft het prosumententarief overdimensionering rechtstreeks.

De thuisbatterij volgt dezelfde logica, maar met een hoge instapkost en zonder premie: daarover meer in een apart artikel.

Financiering heeft de premie vervangen

De gewesten hebben niet alle steun geschrapt: ze hebben hem verschoven van subsidie naar krediet. Minder genereus, maar wel een echte hefboom bij een investering van 6 000 tot 10 000 €.

🌻 Wallonië
0 €
Geen premie, geen groenestroomcertificaten voor nieuwe installaties. Jaarlijks prosumententarief.
Renteloze lening mogelijk
🌊 Vlaanderen
0 €
Geen terugdraaiende teller meer, geen PV-premie. Het capaciteitstarief bestraft pieken.
Mijn VerbouwLening
🏛️ Brussel
±90 €
Marktwaarde van een groenestroomcertificaat in 2026. Enige gewest dat ze nog toekent aan nieuwbouw.
ECORENO-krediet

In Vlaanderen werd Mijn VerbouwLening op 1 januari 2026 aangescherpt: minimumbedrag van 4 000 €, gebouw aangesloten op het elektriciteitsnet vóór 1 januari 2006, en geen andere woning in volle eigendom. De rentevoeten hangen af van de inkomenscategorie: 0% in categorie 4, 0,5% in categorie 3, 1,5% in categorie 2.

Besluit: is het nog rendabel?

Ja, maar om andere redenen dan vroeger. De prijs van installaties is in tien jaar fors gedaald, wat het verdwijnen van de premies grotendeels compenseert. Het verschil is dat de rendabiliteit niet langer vanzelf komt: je bouwt ze op via je zelfverbruikspercentage.

Het juiste profiel: een gezin dat overdag thuis is (telewerk, jonge kinderen, pensioen), dat zijn water elektrisch opwarmt of elektrisch rijdt, met een correct georiënteerd dak. Daar stijgt het zelfverbruik vanzelf en verdient de installatie zichzelf terug.

Het verkeerde profiel: een gezin dat de hele dag weg is, zonder elektrische boiler of elektrische wagen, dat 8 kWe plaatst "omdat het dak groot is". De productie gaat tegen lage prijs het net op, en in Wallonië betaal je elk jaar prosumententarief op het geïnstalleerde vermogen.

De juiste volgorde: eerst isoleren, dan produceren. Panelen leggen op een niet-geïsoleerd dak betekent je productie financieren vóór je je verbruik hebt verlaagd — en vaak de panelen later weer moeten afbreken om correct te isoleren.

⚠️ Dit artikel is informatief en vormt geen persoonlijk technisch of financieel advies. Het prosumententarief verschilt per netbeheerder en wordt periodiek herzien: het vermelde bedrag (±87 €/kWe/jaar) is een grootteorde voor 2026 die je bij je netbeheerder moet controleren. De waarde van het Brusselse groenestroomcertificaat is een marktwaarde die schommelt. Laat altijd een persoonlijke simulatie opmaken door een installateur vóór je je engageert.