Heb je (recht op) een bedrijfswagen? Dan kun je die inruilen voor een budget gelijk aan de totale kostprijs voor je werkgever (de TCO) — tussen € 3 233 en € 17 244 in 2026. Besteed aan duurzame mobiliteit of aan huur/hypothecair krediet (als je binnen 10 km van je werk woont) is dat budget 100% vrijgesteld van belastingen en RSZ. Het saldo wordt in cash uitbetaald, verminderd met een bijdrage van 38,07%.
Het principe: je wagen is een budget waard
Het mobiliteitsbudget, ingevoerd door de wet van 17 maart 2019, steunt op een eenvoudig idee: de bedrijfswagen kost je werkgever elk jaar een bepaald bedrag — leasing, brandstof of elektriciteit, verzekeringen, belastingen, CO2-bijdrage. Die totale kost is de TCO (Total Cost of Ownership).
Als je afziet van je wagen (of van het recht erop), zet je werkgever die TCO om in een persoonlijk jaarbudget dat je naar keuze besteedt in drie « pijlers ». Voor de werkgever is de operatie neutraal: hij geeft hetzelfde bedrag uit als voordien. Voor jou kan ze zeer rendabel zijn, want een groot deel van het budget ontsnapt aan elke fiscaliteit.
Sinds 1 januari 2024 wordt de TCO berekend volgens een van de twee methodes vastgelegd bij koninklijk besluit: de methode van de werkelijke kosten (gemiddelde van de effectieve kosten van de wagen, doorgaans over 4 jaar) of de forfaitaire methode (formule op basis van de cataloguswaarde en de woon-werkkilometers). De werkgever kiest een methode en houdt die 3 jaar aan.
Wie komt in aanmerking?
Twee cumulatieve voorwaarden:
- Aan werkgeverskant: hij moet gedurende een ononderbroken periode van 36 maanden bedrijfswagens ter beschikking hebben gesteld van minstens één werknemer vóór hij het mobiliteitsbudget invoert (uitzondering voor jonge ondernemingen van minder dan 36 maanden). En vooral: hij moet kiezen om de regeling aan te bieden — vandaag is dat facultatief.
- Aan werknemerskant: je moet over een bedrijfswagen beschikken of ervoor in aanmerking komen volgens het loonbeleid van je onderneming. De vroegere wachttermijnen voor de werknemer zijn afgeschaft — zelfs een nieuwe medewerker die in aanmerking komt, kan het budget vanaf dag één aanvragen.
Het federale regeerakkoord voorziet een « mobiliteitsbudget voor iedereen ». De verplichting voor werkgevers om het aan te bieden, eerst gepland voor 2026, is uitgesteld naar 1 januari 2027 voor ondernemingen met minstens 50 werknemers, en naar 1 januari 2028 voor kleinere — werkgevers met minder dan 15 werknemers zouden vrijgesteld zijn. Data nog te bevestigen in de definitieve teksten.
De bedragen 2026
| Parameter | Bedrag 2026 |
|---|---|
| Minimumbudget | € 3 233 / jaar |
| Maximumbudget | € 17 244 / jaar |
| Relatief plafond | Max. 1/5 (20%) van je totale bruto jaarloon |
Concreet: een bedrijfswagen uit het middensegment vertegenwoordigt een TCO van € 6 000 tot € 10 000 per jaar; premiummodellen gaan daar ruim boven. Dát bedrag — niet je loonverlies, niet de cataloguswaarde — wordt je budget.
De 3 pijlers: waar je budget naartoe gaat
| Pijler | Inhoud | Fiscaliteit |
|---|---|---|
| 1. Groene wagen | Een kleinere bedrijfswagen — verplicht emissievrij voor elke keuze sinds 1 januari 2026 | Klassiek VAA (belast) |
| 2. Duurzame mobiliteit & huisvesting | Fiets, fietsleasing, step, abonnementen NMBS/MIVB/TEC/De Lijn, deelwagens, taxi's, huur of hypothecair krediet (woning op < 10 km van het werk) | 0% — vrijgesteld van RSZ en belastingen |
| 3. Saldo in cash | De rest, één keer per jaar uitbetaald begin volgend jaar | Bijzondere bijdrage van 38,07%, geen belasting |
Pijler 2, het hart van het systeem
Alles wat via pijler 2 loopt is volledig vrijgesteld: geen RSZ, geen bedrijfsvoorheffing, geen eindbelasting. Elke euro budget wordt een euro koopkracht. Je vindt er:
- De aankoop, huur of leasing van een fiets (klassiek, elektrisch, speed pedelec, cargo) — onderhoud en uitrusting inbegrepen;
- De abonnementen openbaar vervoer — voor jou, en zelfs voor gezinsleden die bij jou gedomicilieerd zijn;
- Gedeelde oplossingen: deelwagens (Cambio…), steps, deelfietsen, taxi's, en zelfs huurwagens (max. 30 dagen per jaar);
- De huisvestingskosten: je huur, of de aflossingen van je hypothecair krediet (interesten en kapitaal), op voorwaarde dat je woning binnen een straal van 10 km van je gebruikelijke werkplek ligt — of dat je hoofdzakelijk telewerkt, waardoor je woning als werkplek telt.
Pijler 3: de cash bij afsluiting
Wat je niet hebt besteed in pijlers 1 en 2 wordt in cash uitbetaald begin volgend jaar. Dat saldo ontsnapt aan de belasting maar ondergaat een bijzondere socialezekerheidsbijdrage van 38,07% te jouwen laste. In ruil bouw je er sociale rechten mee op: het telt onder meer mee voor de berekening van je pensioen. Per schijf van € 100 saldo hou je dus ongeveer € 62 netto over — duidelijk beter dan klassiek brutoloon, maar duidelijk minder goed dan pijler 2.
Cijfervoorbeeld: Sarah, € 8 000 budget
Sarah, bediende in Brussel, ziet af van haar bedrijfswagen met een TCO van € 8 000/jaar. Ze woont op 6 km van haar kantoor. Drie manieren om haar budget te gebruiken:
| Strategie | Verdeling | Nettowaarde voor Sarah |
|---|---|---|
| Alles in cash | € 8 000 in pijler 3 | € 8 000 − 38,07% = ~€ 4 954 |
| Mobiliteitsmix | Leasing e-bike (€ 1 200) + MIVB-abonnement (€ 610) + saldo € 6 190 in cash | € 1 810 netto voordelen + ~€ 3 833 cash = ~€ 5 643 |
| Maximum pijler 2 | Huur € 550/maand (€ 6 600) + fietsleasing (€ 1 200) + saldo € 200 in cash | € 7 800 netto + ~€ 124 cash = ~€ 7 924 |
Het verschil tussen de slechtste en de beste strategie: bijna € 3 000 netto per jaar. De gouden regel is glashelder: maximaliseer pijler 2, en vooral de huisvestingskosten als je er recht op hebt.
Woon je binnen 10 km van je werk (of telewerk je hoofdzakelijk)? Stop je huur of hypothecair krediet in pijler 2: dat is 100% belastingvrij loon. Vul pas daarna aan met fiets en openbaar vervoer. De cash van pijler 3 is de « standaardkeuze » — correct, maar het minst rendabel.
Wat je moet nakijken vóór je tekent
Je verliest je wagen — echt
Het mobiliteitsbudget vervangt de wagen en alles wat erbij hoort: tankkaart, onderhoud, verzekering, vervangwagen. Als je gezin dagelijks op die wagen rekent, bereken dan eerlijk de kostprijs van een alternatief (privéwagen, privéleasing, autodelen) vóór je overstapt. Onze nettoloon-calculator helpt je loonscenario's te vergelijken.
De keuze is niet eeuwig omkeerbaar
Het budget loopt zolang je in een functie zit die in aanmerking komt. Maar intern leggen de meeste werkgevers beperkingen op aan terugkeer (vaak onmogelijk vóór een datum vastgelegd in de policy). Check het beleid van je onderneming vóór je de wagen opgeeft.
Sommige terugbetalingen verdwijnen
Zolang je het mobiliteitsbudget geniet, kun je niet meer cumuleren met de werkgeverstussenkomst in je woon-werkabonnementen, noch met de vrijgestelde fietsvergoeding — die kosten worden geacht gedekt te zijn door het budget zelf (behalve als je slechts gedeeltelijk afziet en een voorafbestaand voordeel behoudt, een geval dat je best laat valideren door het sociaal secretariaat).
Je brutoloon blijft ongemoeid
Goed nieuws: het mobiliteitsbudget raakt niet aan je brutoloon, je vakantiegeld of je eindejaarspremie. Het is de wagen (een voordeel) die wordt omgezet, niet je loon. Je loonpakket blijft voor de rest intact.
Hoe krijg je het: de stappen
Mobiliteitsbudget of bedrijfswagen: het verdict
Hou de wagen als je veel rijdt (lange dagelijkse trajecten, gezin te vervoeren, geen geloofwaardig alternatief): een elektrische bedrijfswagen met laadkaart blijft een enorm voordeel, fiscaal gunstig via het VAA.
Neem het budget als je in de stad woont, dicht bij je werk, en de wagen op de parking slaapt: gecombineerd huur + fiets + openbaar vervoer verandert pijler 2 een onderbenut voordeel in duizenden euro's netto. Stadsbewoners die binnen 10 km van kantoor wonen zijn de grote winnaars van het systeem.
Ertussenin? Pijler 1 laat een kleinere emissievrije wagen toe + de rest van het budget in pijlers 2 en 3 — het favoriete compromis van gezinnen.